Speciale gasten worden welkom geheten: de sprekers en drie gasten van het West Papua Netzwerk uit Duitsland.
De Stichting Solidariteit met Papua bestaat nu al 20 jaar De eerste werkgroep kwam samen in Almelo in 2005. De stichting organiseert jaarlijks de Papoea Solidariteitsdag en incidenteel campagnes zoals rondom de ontbossing.
Kaarsen worden aangestoken voor een moment van bezinning en rouw. We staan stil bij de 80.000 vluchtelingen (IDP’s = internal displaced persons) die in Papua ontheemd zijn en bij het overlijden van voormalig voorzitter van de stichting.
SPREKERS
Kunstenaar Dicky Takndare van het kunstenaarscollectief Udeido vertelt over het Art Collective of Papuan Young Artists. Hij toont een presentatie met vele foto’s. De kunstenaars van het Art Collective komen uit alle hoeken van West-Papua zoals Wamena, Jayapura, FakFak, Nabire en Timika. Het Collectief werd opgericht in november 2018 in Yogyakarta, een centrum van kunst. De naam Udeido komt van Ude, een soort bladeren in Papua die helend zijn, die bloedingen kunnen stoppen. Het doel van de kunstenaarsgroep is tweeledig: een platform creëren voor jonge kunstenaars uit Papua. En om door middel van kunst misstanden in West-Papua aan de orde te stellen en plaats te creëren voor heling. Zo is een groot stuk natuur verwoest voor een project rondom de aanleg van een nieuwe weg naar het nieuwe stadion in Sentani. In het landschap van de gekapte bomen werd een kunstproject gedaan in samenwerking met jongeren, buren, Papuan Voices en andere organisaties om stil te staan bij het verlies van de natuur.
De kunstenaarsgroep had een tentoonstelling in een galerie in Yogyakarta. De kunstenaars hebben daar ook een eigen plek om te werken. Dicky vertelt hoe moeilijk het was om een plek te vinden. Mensen afkomstig van Papua worden vaak geweigerd en gediscrimineerd. Molukkers hebben hetzelfde probleem. Het Collectief kreeg eerst zeven afwijzingen. Ze hebben hun werk ten toon gesteld tijdens de Biënnale van Yogyakarta, met andere kunstenaars uit Oceanië. Ook werkten ze met kunstenaars uit Chili en Palestina.
Dicky vertelt iets over zijn eigen werk. Hij is bezig met een project om schilderijen te maken van oude foto’s van belangrijke Papoese voorvechters zoals Arnold Ap. De originele foto’s zijn vaak vaag en onduidelijk. Dicky schildert de portretten aan de hand van de foto’s zeer gedetailleerd op enorme doeken. Hoewel Artificial Intelligence dit ook mogelijk maakt, weerhoudt dit hem zich hieraan te wijden. Ook schildert hij hun gezichten op enorme geldbiljetten, zoals die van Theys Eluay, Neles Tebay en Olga Hamadi.
Dicky vertelt over het belang van kunst in de geschiedenis van Papua zoals de muziek van Mambesak, kunstenaars als Donatus Moiwend, Agus Ongge en Aloysius en de specifieke Papua-architectuur. De kunst vergroot Papua-zelfbewustzijn en de Papua-identiteit. Architect Henk Blom heeft op verzoek van de katholieke kerk kerkgebouwen ontworpen met traditionele elementen, bijvoorbeeld in Enggros en Sentani. De kerken laten prachtige bijbelse voorstellingen zien met lokale technieken en patronen. De drie hiervoor genoemde artiesten hebben hieraan meegewerkt. Veel kerken maken tegenwoordig plaats voor grote kerken. De oude kerken met de betekenisvolle architectuur worden in dit proces niet bewaard. Dicky heeft al vele brieven geschreven in een poging te voorkomen dat de kerken worden vernietigd.
Dicky vertelt over het project met de naam Bholuh, wat in Sentani-taal ‘zaad’ betekent. Een aantal jonge artiesten werd uitgenodigd in Jayapura om een maand lang te werken aan vier onderdelen: 1) jongeren leren van ouderen over adat, 2) discussiëren over verschillende onderwerpen, 3) creëren van kunst met al het geleerde en de opgedane ervaringen, 4) een tentoonstelling maken. Het doel was om verbindingen te maken door generaties heen. De tentoonstelling werd gehouden in P3W. De jonge deelnemers van de groep zijn een eigen collectief gestart voor blijvende samenwerking. Dicky ziet dit project van verbinding, bewustwording en vormgeving als een erfenis van Mambesak.
Iemand uit het publiek vraagt aan Dicky of hij in Indonesië wordt gevolgd of in de weg gezeten door de overheid. Dicky vertelt dat Yogya over het algemeen een vrijplaats is voor kunstenaars terwijl het werk van het collectief in Jayapura niet zo veilig zou zijn. Toch is er ook in Yogya sprake van intimidatie en monitoring. Ook al delen ze een studio met andere kunstenaars, er waren toch op een gegeven moment dingen vernield. Ook zijn er online bedreigingen. Het collectief neemt voorzorgsmaatregelen: al het materiaal wordt online verzameld en vastgelegd voor het geval de originele stukken verdwijnen.
KUNST
Er zijn kunstwerken van Dicky Takndare en van Jenita Hilapok ten toon gesteld in de kerk.
WORKSHOPS
Het middagprogramma bestaat uit twee rondes van workshops met drie workshops.
WORKSHOP VERHALEN
Frank Irving
Aan het begin van de workshop vermeldt Frank dat hij zichzelf beschouwt als een ‘nieuwe Papoea’. Geadopteerd door een Nederlands gezin, ontdekte hij pas op zijn twintigste dat zijn biologische vader een Papoea was, terwijl hij tot dan toe had gedacht dat zijn vader Marokkaans was. Frank is daarom nog steeds bezig met het verkennen en begrijpen van zijn Papoea-identiteit. Ook door te luisteren naar de verhalen van zijn vader Gerson Kaigere.
Hij benadrukt het belang van verhalen delen voor wederzijds begrip en het verbinden van verleden en heden. De deelnemers gaan in tweetallen aan de slag met de opdracht om elkaar kort te vertellen waaraan ze denken bij “West-Papua” aan de hand van een vertelschema van Frank.
Er ontstaan direct levendige gesprekken. Er zijn verschillende verhalen gedeeld door de deelnemers. Sommigen hebben Papoea-wortels, zijn geboren in de voormalige Nederlandse kolonie en hebben herinneringen aan deze tijd, anderen hebben er gediend als dienstplichtig of vrijwillig militair, of zijn via missies, geliefden of kennissen in aanraking gekomen met West-Papua.
Een opmerkelijk verhaal komt van Fako, die vertelt over de repatriëring uit Nieuw Guinea naar Nederland. Zijn familie mocht niets meenemen, behalve een klein groen vogeltje. Eenmaal in Nederland ontsnapte het vogeltje uit het zolderraam, wat volgens Fako resulteerde in de huidige populatie groene halsbandparkieten in het Vondelpark.
De hoeveelheid gedeelde verhalen bleek zo groot dat de tijd tekort schoot. Frank kondigde aan meer workshops te organiseren en iedereen te informeren.
WORKSHOP MUZIEK
Oridek Ap
In zijn workshop vertelde Oridek over muziek als bron van troost en kracht. We ervaarden dat samen door het lied Apusé te zingen. Daar sloten we aan het eind van de workshop ook mee af. Daardoor werden de deelnemers als vanzelf in zijn verhaal meegenomen. Met dat lied vertelde Ap over de rol van muziek in zijn leven, waarmee hij aandacht vraagt voor de situatie in West-Papua en de rechten van de Papoea’s.
Twintig jaar geleden was er nauwelijks aandacht voor het lot van Papoea’s. Oridek voelde destijds grote boosheid over de dood van zijn vader Arnold Ap, die werd vermoord door het Indonesische leger. Daarmee is zijn familie en de Papoea’s een vader en belangrijk voorvechter voor de Papoea-cultuur ontnomen. Hij schreeuwde het uit. Maar het helpt niet, boosheid vervreemdt mensen van je, ze worden bang van je. Met muziek kun je juist de harten van mensen winnen, en begrip creëren voor de strijd die Papoea’s voeren voor hun erkenning en identiteit. Daarmee wil Oridek aansluiten bij de wijze waarop de muziekgroep Mambesak dat deed. De muziek heeft ook een belangrijke persoonlijke betekenis: muziek heeft Oridek Ap geholpen om zijn vader te vinden, via zijn liederen, zijn teksten en zijn werk.
Mambesak was een collectief van Papoese muziekmakers dat eind zeventiger en begin tachtiger jaren tot stand kwam. Onder inspiratie van Arnold Ap gebruikte de groep muziek en dans om Papoea’s te sterken en trots te maken op hun culturele wortels. De rockgroep Black Brothers gaf daar weer een moderne tint aan. Toen Mambesak door de moord op Arnold Ap in 1984 tot een abrupt einde kwam, betekende dat een groot verlies voor de Papoea’s. De cassettebandjes gingen ondergronds. Maar de herinnering bleef en Mambesak is nog steeds een inspiratiebron voor velen. In Papua zelf, maar ook in de diaspora. Inmiddels is er in Papua gelukkig ook weer wat ruimte voor erkenning van de belangrijke rol van Mambesak.
Oridek betreurt het dat er nog maar zo weinig jonge Papoea’s zijn die de oude liederen goed kunnen zingen of er in geïnteresseerd zijn. We hebben ook bijna geen ouderen meer die ons de verhalen van vroeger, over de kracht van Papoea’s, kunnen vertellen. De verhalen van je volk, de rituelen, de dansen. Stemmen van mensen die ons enthousiast maken over en trots op onze cultuur en onze wortels. In Nederland zijn die er al helemaal nauwelijks meer. Daardoor ontwortelen de Papoea’s steeds verder.
De tantes in de zaal wisten er trouwens wel raad mee, en kwamen op met allerlei liederen, waarvan er enkele ook werden gezongen. Zoals bijvoorbeeld het ‘tweede volkslied’ van Papua. Er waren vragen aan Oridek over de liederen en wat dat nu met je doet, en wat het doet met je boosheid. Mag je dan niet boos zijn? Oridek reageerde daarop: Je mag wel boos zijn, maar liefde en muziek helpen beter om het verhaal van Papoea’s te vertellen. En er is nu ook veel meer aandacht voor dan vroeger. Muziek is helend en geeft mensen hoop en kracht.
Tot slot zongen we weer het lied Apusé over de jongeman die vertrekt naar de baai van Doré (Manokwari) om een nieuwe toekomst te zoeken. Hij zwaait met zijn doek naar de mensen die achterblijven. Oridek zingt dit lied – dat tegenwoordig ook in Indonesië breed bekend is – als eerbetoon aan de oudere generatie.
WORKSHOP KUNST
Dicky Takdndare
Dicky toont verscheidene schilderingen of kopieën daarvan naast kunstvormen met boombast. Nu moet het publiek aan het werk! We maken onze keuze voor een kunstwerk en delen met de anderen wat het ons zegt. Het kan gaan over de kracht van vrouwen, de waarde van traditie, de verbeelding van de natuur. Ook al is het werk ver van ons bed gemaakt, het kan ons wel degelijk raken. De kunst brengt ons dichter bij wie de Papoea’s zijn en waar het in hun leven om gaat.
SLOT
De sprekers gaann op het podium in gesprek met Julia Jouwe om een laatste bespiegeling te geven over de kracht van West-Papua en over hoe wij vanuit Nederland de Papoea’s kunnen versterken in hun strijd voor het behouden van hun identiteit en land.
WAT IS ER DIT JAAR NOG TE DOEN?
Bij SOWP (Samenwerkende Organisaties voor West Papua) zijn negen organisaties betrokken. Er wordt gewerkt aan het opzetten van een Papua Huis in digitale vorm. Op de website wordt zo veel mogelijk informatie rondom Papua vermeld.
Op 5 februari 2026 zal er een grote Papua tentoonstelling geopend worden in Leiden. Dat zal tevens de start zijn van een campagne over de verbinding tussen verleden en heden. Na de tentoonstelling Revolusi en ook de Molukse situatie wordt het nu tijd voor aandacht voor Papua!
Ibu Rosa vertelt over het Asmat Museum of Culture and Progress dat in 1973 is opgericht door missionarissen met als doel de lokale kunst te beschermen. Afgelopen jaar is er een festival georganiseerd. En in het museum zijn maandelijkse tours voor studenten, met als doel het verleden en het heden te verbinden. Afgelopen jaar zijn er 26 tours geweest. Meer informatie en een virtuele tour is te vinden op de website www.asmatmuseum.org
Nico Jouwe vertelt over de Stichting Pinang, voor de empowering of Papuan stories. Er zijn op dit moment twee projecten: What’s in a name waarbij zeven Papoea’s worden belicht. In december zal de eerste editie van het tijdschrift Pinang verschijnen met daarin ook een artikel over deze Solidariteitsdag.
Daan Veldhuis is documentairemaker. Hij heeft 10 jaar gewerkt aan de documentaire The Promise. Deze is op 30 maart 2025 in première gegaan en was de openingsfilm van het internationale festival Movies that Matter. De film gaat over de geschiedenis en over de Papoea’s die nu in Nederland zijn. De film is nu in verschillende filmtheaters in Nederland te zien.
Koos Knol vestigt de aandacht op zijn recent uitgekomen boek Papua Blues. Hij heeft ruim 30 jaar rondgezworven in Papua en het boek is een compilatie van interessante ontmoetingen.
Feije Duim vertelt dat de Stichting Papua Cultureel Erfgoed (PACE) artefacten verzamelt uit privécollecties. Het Rijksarchief slaat de spullen voor maximaal 5 jaar op. Het is de bedoeling dat de voorwerpen terugkeren naar Papua. Er is een samenwerkingsverband met UNCEN in Jayapura en UNIPA in Manokwari, waar curatoren worden opgeleid. In april komt een groepje jongeren naar Nederland. PACE heeft tot doel cultuur terug te brengen naar Papua. Kunst, cultuur en wortels staan centraal.
Dicky Takndare vraagt aandacht voor de werken van Jenita Hilapok. In haar kunst staan Powerful women, krachtige vrouwen centraal. Ze heeft een art shop in Sentani. Jenita Hilapok kan helaas vanwege familieomstandigheden niet aanwezig zijn.