Gebze is directeur van eL-AdPPer (Perkumpulan Lembaga Advokasi Perempuan Merauke), een organisatie in Merauke die vrouwenrechten promoot.
Vrouwen leven onder moeilijke omstandigheden, omdat internationale investeerders zich in West-Papoea vestigen en op slinkse wijze bezit nemen van het land dat de Papoea’s toebehoort: ‘landgrabbing’. Buitenstaanders zien West-Papoea als een onbewoond land met eindeloze natuurlijke bronnen, zonder eigendomsrechten. Terwijl in werkelijkheid de Papoea’s de bezitters en eigenaars zijn en bovendien afhankelijk van deze bossen voor hun voedsel en ontwikkeling.
Gebze constateert dat Papoeavrouwen op die manier hun voedselbronnen verliezen, en daarmee grote problemen hebben om hun gezinnen te voeden. “Vrouwen hebben een gebrek aan zelfvertrouwen, zij durven niet te strijden tegen de investeerders.” Vrouwen worden niet alleen geïntimideerd door overheid en bedrijven, maar er is ook sprake van geweld binnen het gezin. De positie van vrouwen is dus slecht.
“Inheemse vrouwen vormen de motor van vooruitgang van inheemse volken.” Vrouwen worden opgeroepen om voor het bos te zorgen als voor hun kind. De organisatie heeft tien grondrechten van vrouwen geformuleerd.
Binnen het programma El-AdPPer worden de vrouwen uitgenodigd om beeldend te maken wie zij zijn en wat hun emoties zijn. Ook maken zij een tekening van hun basis, hun familie en sociale relaties. En er wordt een lichaamskaart gemaakt. Dit geeft allemaal aanknopingspunten om te praten over de kracht van de vrouwen, hun problemen en hun trauma’s. De organisatie biedt hun een methode voor traumaheling. Er is aandacht voor slachtofferschap van maatschappelijk onrecht en geweld.
Dit gebeurt allemaal in een ‘vrouwenschool’ en een ‘dorpskinderenschool’. Dit is informeel onderwijs, naast het reguliere onderwijs dat doorgaans geen aandacht heeft voor de culturele context van Papoea’s. De methoden die in deze scholen gebruikt worden, zijn vastgelegd in boeken. Het is niet makkelijk om vrouwen te bereiken en het onderwerp van geweld tegen vrouwen is taboe. Voor de programma’s is er toestemming van de mannen nodig, specifiek van de traditionele leiders zodat het past binnen de lokale cultuur. Het instituut richt zich ook op bewustwording omtrent online bedreigingen en grensoverschrijdend gedrag. Medewerkers bezoeken dorpen om ouders en van kinderen te informeren over dit probleem.
Er is contact met groepjes binnen de universiteit om te werken aan programma’s over cultuur en gender en om studenten te vinden die programma’s binnen de gemeenschappen kunnen faciliteren omtrent armoede, die ook onder studenten bestaat.
Juist het gebied rondom Merauke wordt vaak vergeten als er aandacht uitgaat naar West-Papoea. Terwijl er in het gebied van Merauke en Mapi grote projecten zijn met 2,3 miljoen hectare aan rijstplantages op onteigend gebied. Vanwege dit project genaamd ‘food estates’ zijn veel transmigranten juist in die regio komen wonen.
Het Sandana-instituut helpt met in kaart brengen van de lokale gebieden, ‘mapping’ genaamd. Nadat een gebied een bedrijfsmatige bestemming gekregen heeft wordt het gebied in kaart gebracht waarbij wordt aangegeven welk gebied de Papoea’s nodig hebben om te wonen en welk gebied zij nodig hebben om te bewerken om zo in hun voedsel te voorzien. Hierbij spelen ook adat-rechten een rol. Ze kijken wat er nodig is en wat er nu over is van het oorspronkelijke gebied en dat proberen ze te vergelijken. Het probleem van ‘landgrabbing’ bedreigt de voedselvoorziening van Papoea’s. Met behulp van het Sandana-instituut wordt gekeken welke aanspraak de Papoea’s zouden kunnen maken op grond. Het proces van ‘mapping’ moet het mogelijk maken om gebieden te claimen. Het afdwingen van de rechten is echter uiterst ingewikkeld, omdat eigendomsrechten doorgaans niet op schrift zijn vastgelegd. Het aanvechten van de concessies die internationale bedrijven krijgen, is de afgelopen jaren maar in één geval gelukt. De kerk geeft steun aan dit soort programma’s. Gebze valt onder de stichting Vertenten, Vertenten was pastoor in dit gebied. Als er conflicten zijn met grondbezit, speelt de kerk een beschermende rol. Iedere kerk heeft een mensenrechtenafdeling.
Er is op dit moment geen funding voor de organisatie. Eerdere funding is weggevallen vanwege de focus op maatschappelijke problematiek. voor de organisatie Dit is een van de redenen dat Gebze graag op de uitnodiging is ingegaan om vandaag te spreken.
Er is financiële ondersteuning nodig voor de volgende klassen:
1. Vrouwen en geweld: verwerking, inzicht in regels en rechten;
2. Data: welke dat zijn er en wie heeft hier toegang toe;
3. Oogst: er is een probleem van chronische ondervoeding – hoe kunnen vrouwen gebruik maken van de oogst voor voeding.
Vanuit het publiek wordt de vraag gesteld of zij worden beschermd. Gebze antwoordt dat er een stakeholder met NGO’s is en dat die probeert bescherming te regelen.
Op de vraag in welke familieverbanden vrouwen leven, is het antwoord dat vrouwen soms als vrouwen bij elkaar wonen, maar soms ook in families.
Gebze vertelt dat er veel prostitutie voorkomt in Zuid-Papoea. De landbouw levert zo weinig op, dat transmigratievrouwen in de prostitutie verdwijnen. Dat is ook een probleem voor Papoea-mannen, want met de prostitutie komen ook ziektes. Ook Papoea-vrouwen raken steeds meer betrokken bij prostitutie, vooral in de gebieden waar internationale bedrijven zijn, waaronder veel Zuid-Koreaanse bedrijven. De officials bestellen een vrouw voor een week, die wordt geronseld in de kampongs. Er zijn ook studenten die daarin trappen. Terwijl een maandsalaris 4 miljoen is, kan een vrouw in een week 6 miljoen rupiah verdienen. Ouders in de kampongs worden hierover geïnformeerd.
Gebze is beducht voor geweld en grensoverschrijdend gedrag op sociale media.
Vraag: Is er een verschil in moraal tussen Papoea-vrouwen en Indonesische vrouwen?
Gebze is blij dat om te zien dat de ouders in Papoea hun dochters de waarde meegeven van solidariteit, tolerantie en respect voor oude mensen.
Wat is jouw hoop?
Gebze zegt dat zij hoop heeft op twee manieren. Haar eerste is het geloof in Jezus en Maria en dat zij moed geven aan de Papoea-vrouwen. Ten tweede hoopt zij op de steun van de mensen die naar haar luisteren. Zij vindt de situatie van vrouwen in Zuid-Papoea zorgelijk. Het lijkt soms wel alsof in de aandacht voor Papoea het gebied van Merauke overgeslagen wordt.
“Als activist voor de grondrechten voor vrouwen hoop ik dat wij elkaar kunnen helpen, vooral over de basisrechten van vrouwen. Los van het feit dat wij allerlei vormen van intimidatie tegenkomen – wij zijn niet dood, wij zijn er nog.”