Papoea-solidariteitsdag 2024:
Stories of Hope

Een verslag van het verhaal van hoop van twee sprekers
 

Op 3 februari 2024 zijn wij op de jaarlijkse Papoea Solidariteitsdag op zoek gegaan naar verhalen van hoop – ‘Stories of Hope’ was dit jaar het thema. Verhalen van Papoea’s die de hoop niet opgeven, alle tegenslag en onderdrukking ten spijt, kunnen ons ook inspireren. We vonden twee sprekers die oog hebben voor waar het echt om draait en die anderen kunnen bemoedigen. Zij zijn getuigen van hoop voor de mensen om hen heen en nu waren ze onder ons, zodat zij ons verlichtten met hun verhalen.

 

Bekijk de poster

Wie?

 

Pastor Benardus Baru is rector van de Theologische Hogeschool ‘Fajar Timur’, lid van de orde van de Augustijnen, lid van SKPKC OSA, het Augustijns Secretariaat voor Gerechtigheid en Vrede en eerbied voor de schepping. Hij richtte de Fenia Meroah Santa Monika Papua Groep op, die jonge vrouwen van middelbare scholen en universiteiten in Sorong traint in vrouwenrechten en jongeren in ecologisch bewustzijn en inheemse waarden over de natuur.

Hij vertelde dat hij ongerust is over de positie van de mensen van Papoea. Hij strijdt ervoor dat mensen zichzelf kunnen zijn, ook Papoea’s. Hij wees op de geschiedenis van West-Papoea, waarin de Nederlandse overheid en daarna internationale investeerders het voor het zeggen hadden. Ook de missie en zending uit Nederland wisten West-Papoea te vinden. “De meesten kwamen voor de mooie natuur in Papoea. Iedereen was uit op onze rijkdommen. Degenen die zich druk hebben gemaakt over de ontwikkeling van de mensen waren de kerken, voor zover zij dat hebben gedaan.”

 

Sinds de integratie van Papoea in Indonesië is het uit op de rijkdom van Papoea ten koste van de bevolking. Door meerdere organisaties wordt gesproken over ‘ecocide’ en ‘genocide’. Exploitatie gaat over geld en macht. “Dat is wat we meemaken in Papoea.” De Speciale Autonomie Wet is een zoethoudertje en wordt vooral gebruikt om verdeeldheid te zaaien. De wet betekent vooral dat Papoea verder wordt opgedeeld.

 

Baru vraagt zich af: Is er nog plaats voor ons in de toekomst, in Indonesië?

 

Het programma ‘Fenia meroh’ dat Baru mede heeft opgezet heeft tot doel vrouwen weerbaarder te maken zodat zij weerstand kunnen bieden aan het verdwijnen van de Papoea-cultuur en daarmee van het Papoea-volk. Cultuur gaat over existentie. “We willen niet ons lot aanvaarden, maar we willen ons teweer stellen tegen uitgewist worden.” De deelnemers werken aan het vormen van een 2

sterk karakter, vastberadenheid, concurrentievermogen, creativiteit en innovatie. Er wordt gewerkt aan het verdiepen van het geloof, om een beter mens te worden. Daarnaast richt het programma zich op het verbeteren van vaardigheden, zoals spreken in het openbaar, maar ook persoonlijke eigenschappen zoals zelfdiscipline. Vrouwen hebben kracht nodig om de problemen waarmee zij te maken krijgen – en dat zijn er veel – aan te kunnen.

 

Er zijn verschillende groepen, met name in en rondom Sorong. Iedere groep heeft zijn eigen strategie. Sommige zijn bezig met het bos, met hoe je omgaat met de economische belangen. Groepen richten zich op ondernemerschap, het maken van nokens, culturele activiteiten. Er zijn ook groepen die politiek verzet bieden. De groepen waarin Baru zich begeeft, houden zich bezig met cultuur. Zij bewegen zich ook in academische kringen. Pater Baru heeft de hoop dat er een netwerk komt in West-Papua van zelfbewuste Papoeavrouwen die dapper genoeg zijn om positieve ideeën aan te dragen voor verbetering van de situatie in hun land.

 

De groepen richten zich op het voortbestaan van Papoea’s in de toekomst zodat de eigen taal en eigen cultuur voor de nieuwe generatie behouden blijft. Deze mogen niet verdwijnen. Het gaat niet alleen om politieke vrijheid, maar ook om cultuur en voortbestaan.

 

Het programma ‘Fenia merhoh’ heeft speciale aandacht voor vrouwen, omdat zij kinderen opvoeden met hun eigen taal. Mannen moeten zien dat vrouwen kunnen meedoen. Vrouwen nemen de mannen uiteindelijk mee in hun ontwikkeling.

 

Hoe zit het met de kerken en het geloof?

 

Protestantse en katholieke kerken zijn onderdeel geweest van het onderdrukkende proces wat de Papoea’s is overkomen. Het is belangrijk dat Papoea’s invloed uitoefenen op wie posities innemen binnen de kerk. Ook het christelijk geloof moet een invulling krijgen die recht doet aan Papoea. “Wij geloven in Jezus, niet de geïmporteerde Jezus, maar zoals Hij er was in Biak en in het inheemse geloof.” Een woordvoerder is Benny Giay, die antropoloog en pastor is. Er wordt onderzocht hoe mensen als Papoea’s christen kunnen zijn. Baru vertelt dat de kerken blij zijn met de steun uit de katholieke en protestantse kerk om dit proces van ‘indeginisatie’ kan laten plaatsvinden. De theologie van integratie brengt contextuele vieringen en contextuele theologie voort. Baru ziet dat traditionele ceremonies terugkomen.

 

Veruit de meeste Papoea’s vinden dat zij bij Melanesië horen en dat Papoea onafhankelijk zou moeten zijn. Over dit onderwerp wordt veel gediscussieerd en geschreven door jonge mensen. Baru merkt op dat studenten niet meer bang zijn, ook niet voor het leger. Ook Baru vindt dat Papoea veeleer bij Melanesië hoort.

 

Uit het publiek komt de vraag hoe sterk de stamverwantschap is. In hoeverre zijn de Papoea’s de laatste jaren beter in staat om samen te werken dan vroeger? Baru ziet dat over de laatste 20 jaar de nadruk op de stamverwantschap aan het verdwijnen is. Het proces van nationalisme is veel sterker en dit neemt de stamverwantschap over.

 

Wat is uw hoop?

 

“Mijn hoop voor de Papoea’s is dat zij blijven leven, dat zij niet weggevaagd worden. We hebben zelfvertrouwen nodig, want dan kunnen we overwinnen. We moeten samenwerken om onze zaak sterker te maken. Mijn hoop voor de Papoea’s in Nederland is dat zij gezamenlijk discussies voeren over de toekomst van Papoea.” De Nederlanders, Engelsen en Duitsers roept hij op om de situatie in Papoea te volgen en druk te blijven uitoefenen op Jakarta. Hij hoopt dat de Nederlanders met hun potentie, kennis en geld Papoea’s zullen helpen om de situatie te blijven monitoren zodat berichten 3

hier doordringen in de media en het verhaal van Papoea verteld wordt. Ook zou hij graag zien dat de studenten theologie uit West-Papoea kunnen discussiëren met de theologiestudenten hier.

Beatrix Gebze

 

De eerste dia die Beatrix laat zien is een foto van lange rijen boomstammen van gekapte bomen, hoog opgestapeld langs een modderig pad. Enkele vrouwen poseren voor de stapels stammen en je denkt daarbij onwillekeurig: wat gekapt is, is jullie leefomgeving en die komt nooit meer terug. Op de foto staan de woorden van Gebze: ‘Mijn motivatie’.

Gebze is directeur van eL-AdPPer (Perkumpulan Lembaga Advokasi Perempuan Merauke), een organisatie in Merauke die vrouwenrechten promoot.

 

Vrouwen leven onder moeilijke omstandigheden, omdat internationale investeerders zich in West-Papoea vestigen en op slinkse wijze bezit nemen van het land dat de Papoea’s toebehoort: ‘landgrabbing’. Buitenstaanders zien West-Papoea als een onbewoond land met eindeloze natuurlijke bronnen, zonder eigendomsrechten. Terwijl in werkelijkheid de Papoea’s de bezitters en eigenaars zijn en bovendien afhankelijk van deze bossen voor hun voedsel en ontwikkeling.

 

Gebze constateert dat Papoeavrouwen op die manier hun voedselbronnen verliezen, en daarmee grote problemen hebben om hun gezinnen te voeden. “Vrouwen hebben een gebrek aan zelfvertrouwen, zij durven niet te strijden tegen de investeerders.” Vrouwen worden niet alleen geïntimideerd door overheid en bedrijven, maar er is ook sprake van geweld binnen het gezin. De positie van vrouwen is dus slecht.

 

“Inheemse vrouwen vormen de motor van vooruitgang van inheemse volken.” Vrouwen worden opgeroepen om voor het bos te zorgen als voor hun kind. De organisatie heeft tien grondrechten van vrouwen geformuleerd.

 

Binnen het programma El-AdPPer worden de vrouwen uitgenodigd om beeldend te maken wie zij zijn en wat hun emoties zijn. Ook maken zij een tekening van hun basis, hun familie en sociale relaties. En er wordt een lichaamskaart gemaakt. Dit geeft allemaal aanknopingspunten om te praten over de kracht van de vrouwen, hun problemen en hun trauma’s. De organisatie biedt hun een methode voor traumaheling. Er is aandacht voor slachtofferschap van maatschappelijk onrecht en geweld.

 

Dit gebeurt allemaal in een ‘vrouwenschool’ en een ‘dorpskinderenschool’. Dit is informeel onderwijs, naast het reguliere onderwijs dat doorgaans geen aandacht heeft voor de culturele context van Papoea’s. De methoden die in deze scholen gebruikt worden, zijn vastgelegd in boeken. Het is niet makkelijk om vrouwen te bereiken en het onderwerp van geweld tegen vrouwen is taboe. Voor de programma’s is er toestemming van de mannen nodig, specifiek van de traditionele leiders zodat het past binnen de lokale cultuur. Het instituut richt zich ook op bewustwording omtrent online bedreigingen en grensoverschrijdend gedrag. Medewerkers bezoeken dorpen om ouders en van kinderen te informeren over dit probleem.

 

Er is contact met groepjes binnen de universiteit om te werken aan programma’s over cultuur en gender en om studenten te vinden die programma’s binnen de gemeenschappen kunnen faciliteren omtrent armoede, die ook onder studenten bestaat.

 

Juist het gebied rondom Merauke wordt vaak vergeten als er aandacht uitgaat naar West-Papoea. Terwijl er in het gebied van Merauke en Mapi grote projecten zijn met 2,3 miljoen hectare aan rijstplantages op onteigend gebied. Vanwege dit project genaamd ‘food estates’ zijn veel transmigranten juist in die regio komen wonen.

 

Het Sandana-instituut helpt met in kaart brengen van de lokale gebieden, ‘mapping’ genaamd. Nadat een gebied een bedrijfsmatige bestemming gekregen heeft wordt het gebied in kaart gebracht waarbij wordt aangegeven welk gebied de Papoea’s nodig hebben om te wonen en welk gebied zij nodig hebben om te bewerken om zo in hun voedsel te voorzien. Hierbij spelen ook adat-rechten een rol. Ze kijken wat er nodig is en wat er nu over is van het oorspronkelijke gebied en dat proberen ze te vergelijken. Het probleem van ‘landgrabbing’ bedreigt de voedselvoorziening van Papoea’s. Met behulp van het Sandana-instituut wordt gekeken welke aanspraak de Papoea’s zouden kunnen maken op grond. Het proces van ‘mapping’ moet het mogelijk maken om gebieden te claimen. Het afdwingen van de rechten is echter uiterst ingewikkeld, omdat eigendomsrechten doorgaans niet op schrift zijn vastgelegd. Het aanvechten van de concessies die internationale bedrijven krijgen, is de afgelopen jaren maar in één geval gelukt. De kerk geeft steun aan dit soort programma’s. Gebze valt onder de stichting Vertenten, Vertenten was pastoor in dit gebied. Als er conflicten zijn met grondbezit, speelt de kerk een beschermende rol. Iedere kerk heeft een mensenrechtenafdeling.

 

Er is op dit moment geen funding voor de organisatie. Eerdere funding is weggevallen vanwege de focus op maatschappelijke problematiek. voor de organisatie Dit is een van de redenen dat Gebze graag op de uitnodiging is ingegaan om vandaag te spreken.

 

Er is financiële ondersteuning nodig voor de volgende klassen:

 

1. Vrouwen en geweld: verwerking, inzicht in regels en rechten;

2. Data: welke dat zijn er en wie heeft hier toegang toe;

3. Oogst: er is een probleem van chronische ondervoeding – hoe kunnen vrouwen gebruik maken van de oogst voor voeding.

 

Vanuit het publiek wordt de vraag gesteld of zij worden beschermd. Gebze antwoordt dat er een stakeholder met NGO’s is en dat die probeert bescherming te regelen.

 

Op de vraag in welke familieverbanden vrouwen leven, is het antwoord dat vrouwen soms als vrouwen bij elkaar wonen, maar soms ook in families.

 

Gebze vertelt dat er veel prostitutie voorkomt in Zuid-Papoea. De landbouw levert zo weinig op, dat transmigratievrouwen in de prostitutie verdwijnen. Dat is ook een probleem voor Papoea-mannen, want met de prostitutie komen ook ziektes. Ook Papoea-vrouwen raken steeds meer betrokken bij prostitutie, vooral in de gebieden waar internationale bedrijven zijn, waaronder veel Zuid-Koreaanse bedrijven. De officials bestellen een vrouw voor een week, die wordt geronseld in de kampongs. Er zijn ook studenten die daarin trappen. Terwijl een maandsalaris 4 miljoen is, kan een vrouw in een week 6 miljoen rupiah verdienen. Ouders in de kampongs worden hierover geïnformeerd.

 

Gebze is beducht voor geweld en grensoverschrijdend gedrag op sociale media.

 

Vraag: Is er een verschil in moraal tussen Papoea-vrouwen en Indonesische vrouwen?

 

Gebze is blij dat om te zien dat de ouders in Papoea hun dochters de waarde meegeven van solidariteit, tolerantie en respect voor oude mensen.

 

Wat is jouw hoop?

 

Gebze zegt dat zij hoop heeft op twee manieren. Haar eerste is het geloof in Jezus en Maria en dat zij moed geven aan de Papoea-vrouwen. Ten tweede hoopt zij op de steun van de mensen die naar haar luisteren. Zij vindt de situatie van vrouwen in Zuid-Papoea zorgelijk. Het lijkt soms wel alsof in de aandacht voor Papoea het gebied van Merauke overgeslagen wordt.

 

“Als activist voor de grondrechten voor vrouwen hoop ik dat wij elkaar kunnen helpen, vooral over de basisrechten van vrouwen. Los van het feit dat wij allerlei vormen van intimidatie tegenkomen – wij zijn niet dood, wij zijn er nog.”