De onevenwichtige oorlog: 83.000 organische troepen van het Indonesische leger en de politie in de agenda van geweld in Papoea

 

Militarisering van Papoea te midden van een op geweld gebaseerde ontwikkelingsagenda. (Project M/Mohammad Ikbal)

 

Naarmate de tijd verstrijkt, dringen steeds meer soldaten en politieagenten door in het leven van de Papoease bevolking, niet alleen om de veiligheid te handhaven, maar ook om een op geweld gebaseerde ontwikkelingsagenda te begeleiden.

 

Al meer dan een halve eeuw woedt er een gewapend conflict in Papoea. Gedurende die hele periode heeft Indonesië militaire operaties uitgevoerd en tienduizenden soldaten en politieagenten ingezet in een onevenwichtige en uitzichtloze strijd.

 

Om de huidige situatie te begrijpen, moeten we terugkijken naar 1969, toen het westelijke deel van het eiland Papoea (voorheen Nieuw-Guinea genoemd) officieel tot Indonesisch grondgebied werd verklaard na een volksraadpleging of Pepera.

 

Hoewel Pepera bedoeld was als “the act of free choice” (de daad van vrije keuze), noemen de Papoea’s het vaak “the act of no choice” (de daad van geen keuze), vooral gezien het proces dat gekenmerkt werd door intimidatie en manipulatie door het Indonesische leger en de inlichtingendiensten.

 

Het militaire regime van de Orde Baru wist de VN en de westerse landen ervan te overtuigen dat de beste manier om het Papoea-probleem op te lossen “musyawarah voor mufakat” (beraadslaging om consensus te bereiken) was. De reden: het merendeel van de Papoease bevolking was ongeschoold en dus niet in staat om beslissingen te nemen. Met deze kolonialistische en racistische denkwijze kozen de Indonesische regering en vertegenwoordigers van de VN 1.026 mensen uit heel Papoea die in staat werden geacht om te overleggen. Kort gezegd kwamen ze allemaal tot een “consensus” om zich bij Indonesië aan te sluiten.

 

Kort na de Pepera brak er een opstand uit. Deze bereikte zijn hoogtepunt toen Seth Jafeth Roemkorem en Jacob Prai op 1 juli 1971 de onafhankelijkheid van de Republiek West-Papoea uitriepen. Het Indonesische leger reageerde zeer hard en de sporadische verzetsbewegingen werden snel de kop ingedrukt.

 

Sindsdien is de Indonesische militaire expansie in Papoea steeds intensiever geworden om de pro-onafhankelijkheidsbeweging het hoofd te bieden, waaronder die van verschillende facties en vleugels van de Organisatie voor een Onafhankelijk Papoea (OPM). Een daarvan is het West-Papoea Nationaal Bevrijdingsleger (TPNPB), de militaire vleugel van de OPM.

 

Uit ons onderzoek blijkt dat er momenteel minstens 83.177 militairen en politieagenten in Papoea zijn. Van dit aantal zijn 56.517 TNI-personeelsleden en 26.660 Polri-personeelsleden. Met deze aantallen is de aanwezigheid van veiligheidsfunctionarissen in Papoea vele malen hoger dan het nationale gemiddelde: er is één soldaat per 103 inwoners, tegenover één per 696 inwoners in de rest van Indonesië.

 

De regering heeft Papoea bovendien aangewezen als “zwaartepunt” van de Indonesische defensie. Het is vrijwel zeker dat het gebied van Papoea steeds meer door militaire troepen zal worden bezet.

Verspreiding van troepen

 

TNI AU (Luchtmacht)

De TNI AU heeft het gebied Papoea ondergebracht in het Luchtoperatiecommando (Koopsud) III, onlangs omgedoopt tot Regionaal Luchtmachtcommando (Kodau) III, met het hoofdkwartier in Biak Numfor. Kodau III beheert luchtmachtbases (Lanud) in Biak Numfor, Jayapura, Merauke, Timika en Wamena.

 

Onder het bewind van president Prabowo Subianto zijn er plannen om de Lanud in Wamena en Nabire uit te breiden. Wij schatten conservatief dat het aantal personeelsleden van de TNI AU in Papoea momenteel minstens 4.817 bedraagt.

 

TNI AL (Marine)

De TNI AL heeft een Armada-commando (Koarmada) III in Sorong. De regering-Prabowo reorganiseert de marine naar een structuur vergelijkbaar met de landmacht via de introductie van het Komando Daerah Angkatan Laut (Kodaeral).

 

De Kodaeral krijgt de leiding over verschillende Pangkalan Utama TNI AL (Lantamal) en lokale bases (Lanal). Het laagste niveau is de Babinpotmar, vergelijkbaar met de Babinsa in de landmacht. In totaal zijn er minstens 12.910 personeelsleden van de TNI AL in Papoea.

 

TNI AD (Landmacht)

De landmacht heeft de grootste aanwezigheid met 38.790 soldaten. Het gebied is verdeeld in drie militaire commandogebieden (Kodam): XVII/Cenderawasih (Jayapura), XVIII/Kasuari (Manokwari) en XXIV/Mandala Trikora (Merauke). In 2026 komen er twee nieuwe Kodams bij in Nabire en Sorong.

 

Een belangrijke nieuwe ontwikkeling onder president Prabowo is de oprichting van de Batalyon Teritorial Pembangunan (Yonif TP). Deze eenheden hebben niet alleen een defensieve taak, maar zijn direct betrokken bij de economische agenda, met compagnieën voor landbouw, veeteelt en visserij.

 

Deze TP-bataljons worden ingezet om de ‘food estate’ projecten in Merauke (2,6 miljoen hectare) te begeleiden. Van dat totaal is 1 miljoen hectare bestemd voor suikerrietplantages en bio-ethanolfabrieken. Hierdoor krimpen het land en de inheemse bossen van de Papoea’s steeds verder.

 

Polri (Politie)

Er zijn momenteel twee regionale politiekorpsen (Polda) in Papoea: Polda Papua en Polda Papua Barat. De Brigade Mobil (Brimob), de gevechtseenheid van de politie, heeft een sterke aanwezigheid met meer dan 2.400 agenten en plannen voor nieuwe bataljons in Wamena en Biak Numfor.

 


 

Oorlog zonder winnaars

 

Gezien het aantal en de spreiding van de troepen rijzen er vragen. Wat is het motief achter de grootschalige militaire expansie? Is er echt zoveel personeel nodig om de ontwikkeling te begeleiden? En waarom is Indonesië met zoveel veiligheidspersoneel nog steeds niet in staat om het separatisme in Papoea op te lossen?

 

De context Oost-Timor: Tussen 1975 en 1999 gaf Indonesië enorme bedragen uit en verloor het duizenden soldaten in een strijd die nooit volledig werd gewonnen. Er werd een reeks militaire operaties uitgevoerd om de bevolking op de knieën te dwingen, waarbij naar schatting 20% van de bevolking stierf. Uiteindelijk leverde de bezetting alleen verliezen en doden op.

 

Indonesië is er nooit in geslaagd Oost-Timor volledig te onderwerpen, ondanks zijn grote superioriteit op het gebied van wapens en oorlogsmateriaal. De huidige ontwikkelingen wijzen erop dat in Papoea een vergelijkbare weg wordt ingeslagen.

 

Made Supriatma is gastonderzoeker bij het ISEAS-Yusof Ishak Institute. Fahri Salam is hoofdredacteur van Project Multatuli. Johanes Hutabarat heeft bijgedragen aan dit artikel. Dit is het eerste artikel in de serie #RezimPerangPrabowo in Papoea.